Selecteer een pagina

In deel 1 van ‘Ambitieuze moeder!’ heb ik jullie verteld over ‘mijn droom wat ik later wilde worden’. Hierin heb ik verteld over een aantal studiekeuzes die ik gemaakt heb en welke afweging(en) ik genomen heb. Dit heeft zeker geholpen om uiteindelijk de studie te vinden die goed bij mij als persoon aansloot.

Uiteindelijk ben ik op de SPW (Sociaal Pedagogische Woonbegeleiding) begonnen. Ik ben gestart in de Februari-klas. Een onwijs leuke en diverse klas. Iedereen had een hele diverse achtergrond en had al andere opleidingen geprobeerd.

Juist deze diversiteit in de klas maakte het leren ook zeker makkelijker en de opleiding ontzettend leuk! We waren ook een muzikale klas, alleen was ik de enige zonder muziektalenten……Als ik ga zingen vallen de vogels nog net niet dood van het dak en kunnen je trommelvliezen nog wel eens gaan scheuren. Gelukkig vallen mijn eigen kinderen wel in slaap als ik zing… Of doen ze alsof, om zo snel mogelijk van de ellende af te zijn. Een muziekinstrument kan ik ook niet spelen, daar ben ik motorisch te gestoord voor en ik kan ook absoluut geen maathouden.

Tijdens de toetsen van de muziekles moesten we allemaal om de beurt een liedje individueel zingen! Van ellende heb ik maar ‘Poesje mauw’ gezongen zodat ik er zo snel mogelijk af wat. Want plankenkoorts werkt ook zeker niet mee bij een solo optreden.

Gek genoeg kon mijn muziekdocent dit niet helemaal waarderen. Hij vond dat ik best een goede stem heb om te zingen en had graag meer inzet van mij gezien.

Maar het was echt niet mijn ding is en wat doe ik als ik me er niet prettig bij voelt… Juist! Dan doe ik het niet! Dat heb ik de afgelopen jaren wel geleerd. Als je iets echt niet leuk vindt en er totaal geen energie van krijgt; stop er dan mee!

In de 4 jaar van de SPW-opleiding heb ik ook verschillende stages gehad. De ene stages was leuker dan de ander, maar bij allen heb ik veel geleerd.

Zo heb ik stage gelopen op verschillende logeerhuizen, dagbehandeling en dagbesteding. Uiteindelijk ben ik bij mijn laatste stage blijven hangen voor zo’n 7 jaar.

Ik werkte binnen de gehandicaptenzorg het meest op een logeerhuis. Hier was een brede en gevarieerde doelgroep binnen Kind & Jeugd. Dit was zo opgezet om ouders/gezinnen te ontlasten en voor te bereiden om op latere leeftijd (begeleid) te wonen. Binnen de stichting heb ik ook veel invalwerk gedaan bij andere doelgroepen.

Zo heb ik invalwerk gedaan bij jongvolwassenen, volwassenen, LVB (licht verstandelijk beperkt), MVG (moeilijk verstaanbaar gedrag), EMB (ernstig meervoudig beperkt), psychiatrie en geriatrie. Wederom ook veel van geleerd en de kennis die ik heb opgedaan ook nog steeds gebruikt.

En toen kwam ‘de man met de hamer!’

Op 20-jarige leeftijd kreeg ik verschillende kwaaltjes, die ook al langer speelden. Maar nu was ik er zo zat van dat ik toch maar naar de huisarts ben gegaan. Eerst kreeg ik te horen dat ik de ziekte van Pfeiffer had. Daarbij kreeg ik ook nog een dikke keelontsteking. Mijn klachten gingen maar niet weg, er kwamen juist steeds meer kwaaltjes bij. Toch maar weer terug naar de huisarts voor verdere onderzoeken. Na lang zeuren en elke keer weer terug naar de huisarts, heeft hij me eindelijk (na een halfjaar) doorverwezen naar de Reumatoloog.

Er werd op verschillende punten gedrukt, ook op plekken waarvan ik niet wist dat ik daar pijn had. Ik schoot letterlijk door 30 plafonds heen en de tranen biggelden over mijn wangen. Maar daar kreeg ik wel eindelijk uitsluitsel: Fibromyalgie!

De grond zakte weg onder mijn voeten en ik begon (in mijn hoofd) flink te schelden. De Reumatoloog stuurde me weer terug naar mijn huisarts met het advies dat hij wel wist hoe hij hier mee om moest gaan en wat de verdere stappen zouden zijn. Oh ja, ik kreeg nog 1 informatiefolder mee. Succes mevrouw!

Bij thuiskomst ben ik me meteen gaan verdiepen in de fibromyalgie. Omdat mijn moeder het ook heeft wist ik er wel iets van. Maar verder had deze kaaskoop er weinig kaas van gegeten. Wel zat ik in dubio. Hoe verder ik mij in de weke-dele reuma verdiepte, hoe meer de moed in mijn schoenen zakte. Ik wist niet precies wat dit zou in houden voor mij, later in de toekomst.

Het enige wat ik zeker wist, was dat het beroep dat ik nu uitoefende, ik niet tot mijn pensioenleeftijd zou kunnen volhouden, maar niks doen was ook geen optie. Er was een nieuwe zoektocht aangebroken… Lees meer in deel 3.